Juist nu we de barbecue aanzetten of op een ligbed genieten in de achtertuin komen er groengele, langwerpige beesten tevoorschijn. De buxusrups is weer gesignaleerd. Het lijkt alsof ze uit het niets op komen rukken. Afgeknaagde bladeren en kale takken zijn het gevolg van deze ongewenste bezoeker. Lees Hans’ drie tips en maak korte metten met deze kleine slopers.

Tip 1: De chemische aanpak

Geef rupsen geen kans om te nestelen. Dat doe je volgens Hans als volgt: “Met chemische bestrijdingsmiddelen kom je snel van de beesten af. Let erop dat je de rupsen raakt tijdens het sproeien. Anders heeft het weinig tot geen effect. Herhaal het proces na tien dagen. Je krijgt ze niet allemaal in één keer te pakken en de eitjes mankeren niets na zo’n bestrijding. Bovendien staan er altijd nieuwe rupsen te popelen om de buxus aan te vallen.”

Tip 2: Bacteriën rekenen graag af met de buxusrups

Niet iedereen grijpt graag naar chemische middelen. Gelukkig zijn er ook een hoop natuurlijke vormen van bestrijding. “Een van deze biologische producten is een bacteriepreparaat. Spuit dit op de buxus. Rupsen die knabbelen op de bladeren raken besmet met de bacterie. Dit resulteert in een moeizame spijsvertering en vertraagt eetproces. Met een lege maag houden ze het niet lang vol. Herhaal ook dit proces meerdere keren.”

Laat de buxusrups niet zijn gang gaan

Hans kijkt niet op van de rupseninvasie. “De buxusrups heeft weinig natuurlijke vijanden. Daarom zijn ze zo vaak en in grote getale te vinden in de tuin. Ook als u ze nog niet ziet, zijn ze wel al aanwezig, maar dan als eitje. Als u niets doet aan bestrijding, ontpoppen deze eitjes tot wel vier keer per jaar in een buxus. Wacht dus niet tot het te laat is.”

Tip 3: Rupsen plukken

Tot slot heeft Hans nog een laatste zeer effectieve tip voor de daredevils onder ons. “Haal rupsen met de hand uit de struik. Wat u er dan mee doet, laat ik aan u over. Bakken en frituren kan eventueel lekker zijn”, vertelt hij met een knipoog.